Amace - Medicopharmaceutical Advice Communication and Education
Bullet Home
Bullet Domains
Bullet Communication
Bullet Education
   
Bullet About
Bullet Partners
Bullet Portfolio
aMAZINE
Bullet Contact
 
PIL readadability

aMAZINE - Juli 2011

Inzicht - Deze rubriek geeft u de mogelijkheid binnen te kijken in de bedrijfswereld van aMACE. In dit eerste aMAZINE buigen we ons over het gebruik van de bijsluiter en delen we u graag de voornaamste resultaten mee van een nu reeds ophefmakende consumentenstudie...

Gespot - In deze rubriek buigen we ons op een kritische manier over een wetenschappelijk onderwerp dat onze aandacht trok...

Vizier - De belangrijkste trainingsdata op een rijtje...


INZICHT

Eerst lezen dan genezen…
Consumentenstudie over het gebruik van de patiëntenbijsluiter

Wist u dat de patiëntvriendelijke bijsluiter in België al meer dan een kwart eeuw bestaat? In 1984 nam ons land het voortouw in de officialisering van de publieksbijsluiter. Pas in 1992 werd dit document ook op Europees gebied voor de eerste maal gestandaardiseerd. België wil zijn voortrekkersrol behouden en wenst dat alle geregistreerde geneesmiddelen worden onderworpen aan een consumentenstudie waarin gepeild wordt naar de leesbaarheid en begrijpbaarheid van het meesterlijk gevouwen papiertje. Een hele klus voor alle partners, waaronder aMACE. We hebben ondertussen ruimschoots 1500 interviews achter de rug, waarbij we telkens de bijsluiter konden optimaliseren tot een goed leesbaar document. In de marge van deze wettelijke vereiste op bijsluitertesten onderzocht aMACE in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel in welke mate de bijsluiter ook daadwerkelijk gelezen wordt. De studie geeft een duiding bij volgende onderzoeksvragen:

  • Wie leest de bijsluiter en wie niet? Hoe leest de patiënt de bijsluiter en met welke frequentie? Houdt het al dan niet lezen van de bijsluiter verband met leeftijd, geslacht, opleidingsniveau of co-medicatie?
  • Welke rol speelt het internet bij de zoektocht naar gezondheidsinformatie in het algemeen en informatie rond medicatie in het bijzonder?
  • Zoeken patiënten specifiek naar bijsluiters op het wereldwijde web? Kennen ze de website van het FAGG? Hoe wordt die gepercipieerd en wat vindt de patiënt er daadwerkelijk op terug.

De voornaamste bevindingen op een rijtje…
800 patiënten van diverse leeftijden en opleidingsniveaus, representatief voor de Vlaamse bevolking, werden geïncludeerd in deze studie. Uit de analyse van de resultaten blijkt dat 6 op 10 patiënten de bijsluiter leest wanneer ze een geneesmiddel voor de eerste keer aankopen, maar slechts 25% leest hem volledig. De overigen gaan eerder doelbewust op zoek naar informatie. De rubrieken rond de posologie van het geneesmiddel (rubriek 3) en de bijwerkingen (rubriek 4) worden beduidend meer gelezen dan de andere rubrieken. Opmerkelijk is dat de patiënt relatief weinig aandacht besteedt aan de veiligheidswaarschuwingen uit rubriek 2, ondanks het feit dat deze rubriek opzettelijk vóór de posologie wordt geschreven in de hoop dat patiënten dit zouden lezen. Het zijn vooral 65-plussers die de bijsluiter altijd helemaal doorlezen, maar ze vertegenwoordigen daarentegen ook het grootste deel van diegenen die hem nooit lezen. In tegenstelling tot vrouwen tonen mannen zeer weinig interesse in het lezen van de bijsluiter.

De belangrijkste reden waarom een bijsluiter niet gelezen wordt, is omdat de patiënt vindt dat hij voldoende informatie krijgt van arts en apotheker. Het is dus blijkbaar niet de vaak met de vinger gewezen lettergrootte die bepaalt of men de bijsluiter al dan niet leest.

Patiënten gaan ook steeds meer doelbewust op zoek naar gezondheidsaspecten via het internet. Bijna de helft van de respondenten beweert wel eens online naar gezondheidsinformatie op zoek te gaan. Vooral 65-plussers en mannen vallen hier wat uit de boot en doen dit duidelijk minder frequent. Het aantal respondenten die zoeken naar bijsluiters op het internet is miniem. Ook al wordt de idee om de wettelijke bijsluiter ook online te kunnen raadplegen toegejuicht, de website van het FAGG is tot op heden amper gekend. Slechts 52 van de 800 bevraagde deelnemers ging er ooit al eens een kijkje nemen.

Wenst u een volledig gedetailleerd verslag en kritische analyse van dit onderzoek (NL) te ontvangen, aarzel dan niet u te registreren via deze link.

Terug naar index aMAZINE


GESPOT

OTC en Evidence Based Medicine

Het kind met het badwater weggooien?

Evidence Based Medicine…iedereen heeft er de mond van vol. Uiteraard een belangrijk gegeven. Voor vele OTC-producten is er een gebrek aan recente studies en dus gaan er kritische stemmen op om er dan maar ineens komaf mee te maken. Maar dreigen we niet een heel arsenaal aan wat oudere maar zeker waardevolle producten overboord te gooien, louter en alleen omwille van een gebrek aan studies die moeten voldoen aan een methodologisch soms té strikte of weinig realistische omkadering?

De Folia Farmacotherapeutica publiceerde in het voorbije nummer een interessant overzichtsartikel rond de reisapotheek [1]. Ons oog viel vooral op de plaatsing van één van onze Belgische klassiekers ‘Touristil’ (domperidone + cinnarizine), een product dat menigeen van het spuugzakje verloste. In dit artikel worden de oudere H1-antihistaminica als eerste keuze naar voor geschoven omwille van de zogenaamd ‘meer wetenschappelijke onderbouw’. Een eigenaardige wending ons inziens. Deze antihistaminica hebben zeker hun nut in bepaalde gevallen, zoals ondermeer bij braken tijdens de zwangerschap. Maar speelt de dagelijkse ervaring dan geen enkele rol meer? Wat met farmacovigilantiegegevens? Zijn de anticholinergische nevenwerkingen, waaronder sedatie, urineretentie, constipatie en accommodatiestoornissen plots van geen tel meer [2]?

Ook de heisa rond hoestsiropen zal niemand ontgaan zijn [3]. De geneesmiddelencommissie wenst alle antitussiva (ook de enkelvoudige!) te contra-indiceren voor kinderen beneden 12 jaar. In de praktijk zou dit neerkomen op het op voorschrift plaatsen van antitussiva voor kinderen. Men beroept zich hiervoor op enkele Amerikaanse en Britse studies die de evidentie en veiligheid van de antitussiva in vraag stellen. Maar in hoeverre kunnen deze studieresultaten doorgetrokken worden naar de Belgische situatie? In België vind je de dextromethorfansiropen immers niet terug tussen de stofzuigers, inlegkruisjes of suikerstroop. Hier wordt elk geregistreerd geneesmiddel afgeleverd door een wetenschappelijk gevormd apotheekteam en door hen van de nodige informatie voorzien.

Het leidt geen twijfel dat de overheid het beste voorheeft met zijn burgers, maar zijn de geviseerde producten werkelijk zo gevaarlijk? Mogen we klassiekers die al jaren hun nut bewijzen zonder noemenswaardige toxiciteitscijfers zomaar opzij schuiven voor producten met een groter risicoprofiel, puur en alleen omdat er meer publicaties en gegevens over terug te vinden zijn?

Houdt een zogenaamde wetenschappelijk onderbouwde halsstarrigheid op termijn geen reëel gevaar in, zowel voor de volksgezondheid als voor het voortbestaan van ons huidige geneesmiddelenvoorziening en apotheekgebeuren? België is een van de weinige Europese landen dat ervoor kiest om op universitair niveau onderricht in OTC-medicatie te voorzien. Daarenboven worden OTC-geneesmiddelen er enkel afgeleverd via de apotheek onder strikt wettelijk gereglementeerd advies van de apotheker. Een zeer dicht apotheeknetwerk garandeert trouwens dat het geen enkele burger aan de nodige gezondheidsinformatie hoeft te ontbreken.

Willen de overheid en de wetenschappelijke gezagdragers in ons kleine België deze bevoorrechte situatie dan werkelijk overboord gooien en burgers aanzetten tot het blindelings online shoppen, met alle risico’s vandien?

Als wetenschappelijk adviesbureau zijn we nauw betrokken bij heel wat farmacotherapeutische initiatieven, zowel binnen een strikt-wetenschappelijk universitair kader als binnen een meer commerciële context. Het is juist deze tweeledigheid die aMACE een bredere kijk verleent op de hele discussie rond evidentie en haalbaarheid. Maar het is ook deze positie die er vandaag toe leidt dat we ons zorgen baren over de toekomst van zelfzorgmedicatie en het hele farmaceutische zorg bestaan. Want hoe snel kan de roeier nog roeien als hem de roeispanen worden afgenomen?

[1] Zomer, reizen en geneesmiddelen. Folia Farmacotherapeutica mei 2011; www.bcfi.be
[2] Leemans L. et al. Adviezen voor Zelfzorg; KAVA 2006.
[3] Geneesmiddelen tegen hoest en verkoudheid. Bij gebruik voor kinderen onder de 12 jaar, raadpleeg uw arts of apotheker. Apothekersblad juni 2011; 63: 7 + www.apb.be

Terug naar index aMAZINE


VIZIER

Terug naar index aMAZINE

© 2011 - aMACE - Last update: November 1, 2011